Storage bijna vol, moet ik uitbreiden?

Storage bijna vol? Zo bepaal je of je moet uitbreiden

Je storage zit voor 80, 90 of misschien zelfs 95 procent vol. Er komen nieuwe projecten bij, bestanden worden groter en de vrije opslagcapaciteit loopt snel terug. Dan lijkt de oplossing voor de hand te liggen: storage uitbreiden.

Dat kan precies de juiste keuze zijn. Maar voordat je extra disks, een grotere NAS, meer SAN capaciteit of een compleet nieuw storagesysteem aanschaft, is het verstandig om eerst te kijken waardoor je bestaande storage eigenlijk volloopt. Misschien heb je inderdaad meer opslagcapaciteit nodig. Misschien staat er vooral veel data op dure primaire storage die daar niet meer hoeft te staan.

Storage uitbreiden begint bij je bestaande data

Een storageomgeving groeit meestal geleidelijk. Nieuwe projecten komen erbij, afgeronde projecten blijven staan en bestanden worden gekopieerd of in verschillende versies bewaard. Tegelijkertijd veranderen workflows en groeit de hoeveelheid data die een organisatie produceert.

Na een paar jaar kan daardoor een omgeving ontstaan waarin actieve bestanden naast data staan die al lange tijd nauwelijks meer wordt gebruikt. Beide nemen opslagcapaciteit in, maar stellen niet dezelfde eisen aan storage.

Daarom zegt een storageomgeving die voor 90 procent vol zit nog niet automatisch dat je 100 TB nieuwe storage moet kopen. Eerst wil je weten wat die capaciteit gebruikt.

Wil je dat systematisch beoordelen? Bekijk dan onze kennispagina: Storage uitbreiden? 5 vragen voordat je meer opslagcapaciteit koopt. Daar lopen we stap voor stap door de belangrijkste punten voordat je een nieuwe storage investering doet.

Hoeveel data gebruik je nog actief?

Een van de eerste vragen is hoeveel van je data daadwerkelijk nog dagelijks of regelmatig wordt gebruikt. Dat verschilt sterk per organisatie.

Een videoproject waar vandaag door meerdere editors aan wordt gewerkt heeft snelle storage nodig. Een afgeronde productie van drie jaar geleden kan nog steeds waardevol zijn, maar wordt misschien nog maar enkele keren per jaar geopend. Hetzelfde geldt voor onderzoeksdata, projectbestanden, administratieve gegevens en andere informatie die vanwege bedrijfswaarde of bewaartermijnen beschikbaar moet blijven.

Dat betekent niet dat oude data weg kan. Het betekent wel dat je kunt beoordelen of die data nog op dezelfde primaire storage moet blijven staan.

Wanneer tientallen terabytes nauwelijks meer worden gebruikt, kan data archivering een logisch alternatief zijn voor steeds opnieuw primaire storage uitbreiden.

Niet iedere terabyte heeft dezelfde snelheid nodig

Dat onderscheid is belangrijk, omdat snelle storage relatief kostbaar is. Daar staat veel tegenover wanneer je de performance ook werkelijk gebruikt. Grote mediabestanden, gedeelde workflows, databases en andere intensieve toepassingen moeten snel toegankelijk zijn.

Maar als een groot deel van je storage bestaat uit bestanden die voornamelijk worden bewaard, betaal je mogelijk voor performance die voor die data nauwelijks nog nodig is.

Daar komt hybride storage om de hoek kijken. Daarbij hoeft niet iedere dataset op dezelfde opslaglaag te staan. Actieve data kan op snelle lokale storage blijven staan, terwijl minder actieve data bijvoorbeeld wordt verplaatst naar een aparte diskomgeving, Cloud of LTO Tape.

Niet omdat één opslagvorm beter is dan de andere, maar omdat verschillende soorten data verschillende eisen stellen.

Waarom wordt je storage eigenlijk voller?

Ook de oorzaak van de groei is belangrijk. Een toename van 50 TB per jaar kan betekenen dat de organisatie daadwerkelijk ieder jaar 50 TB nieuwe waardevolle data produceert. Maar groei kan ook ontstaan door kopieën, oude versies, tijdelijke bestanden en projecten die nooit uit de actieve omgeving worden gehaald.

Dat zijn twee verschillende situaties.

Wanneer je hoeveelheid actieve data structureel groeit, is extra opslagcapaciteit waarschijnlijk onvermijdelijk. Wanneer primaire storage vooral voller wordt doordat afgeronde projecten blijven staan, kan archivering een deel van het probleem oplossen.

Juist daarom is alleen kijken naar het percentage vrije ruimte te beperkt. Je wilt weten hoe snel de data groeit, welk deel daarvan actief blijft en hoeveel data uiteindelijk vooral langdurig moet worden bewaard.

Wanneer moet je storage wél uitbreiden?

Soms is het antwoord gewoon duidelijk: er moet storage bij.

Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de actieve dataset groeit, meer medewerkers tegelijkertijd met dezelfde bestanden moeten werken, applicaties meer capaciteit vragen of bestaande hardware onvoldoende performance levert voor de huidige workflow.

Dan kan uitbreiding met bijvoorbeeld RAID, NAS of SAN de juiste stap zijn. Het voordeel van eerst analyseren is dat je veel nauwkeuriger kunt bepalen hoeveel capaciteit en welke performance nodig zijn.

Je breidt dan niet uit omdat de rode balk bijna vol staat, maar omdat je weet hoeveel actieve data er is, hoe snel die hoeveelheid groeit en welke eisen de workflow stelt.

En wanneer is archiveren slimmer?

Archiveren wordt interessant wanneer een aanzienlijk deel van de gebruikte capaciteit bestaat uit data die niet meer dagelijks nodig is, maar wel langdurig beschikbaar moet blijven.

Door die data naar een aparte archieflaag te verplaatsen, maak je ruimte vrij op primaire storage. Afhankelijk van de hoeveelheid data en de manier waarop je die wilt gebruiken kan zo’n archief bijvoorbeeld bestaan uit disk, Cloud of LTO Tape.

Vooral bij grote hoeveelheden data die jarenlang moeten worden bewaard kan dat een belangrijk verschil maken. Primaire storage hoeft dan niet automatisch mee te groeien met alles wat de organisatie ooit heeft geproduceerd.

Daarbij is archivering iets anders dan een back up. Een archief is bedoeld om data langdurig te bewaren en terug te kunnen vinden. Een back up is bedoeld om gegevens te herstellen wanneer actieve data verloren gaat of beschadigd raakt.

200 TB vol betekent niet automatisch 100 TB bijkopen

Stel dat je organisatie 200 TB primaire storage gebruikt en de omgeving bijna vol zit. Op basis van de verwachte groei lijkt nog eens 100 TB een logische uitbreiding.

Maar uit een inventarisatie blijkt dat ongeveer 70 TB bestaat uit afgeronde projecten die vrijwel nooit meer worden geopend.

Dan verandert de vraag.

Misschien heb je die 100 TB uitbreiding alsnog nodig. Maar het kan ook zijn dat je een deel van de 70 TB naar een archief verplaatst en daardoor veel gerichter kunt investeren in nieuwe primaire capaciteit.

Dat verschil werkt bovendien door naar volgende uitbreidingen. Wanneer oude data altijd op snelle storage blijft staan, moet die omgeving blijven meegroeien met zowel actieve als historische data. Door die twee bewust van elkaar te scheiden ontstaat een veel beter beheersbaar storagemodel.

Kijk daarom verder dan alleen vrije capaciteit

Wanneer storage bijna vol is, kijk dan niet alleen naar het aantal resterende terabytes. Kijk naar de data achter die terabytes.

Welke bestanden worden dagelijks gebruikt? Welke projecten zijn afgerond? Hoe snel groeit de actieve dataset? Welke data moet langdurig worden bewaard? Welke performance is werkelijk nodig? En staat iedere soort data nog wel op de juiste opslaglaag?

Op onze kennispagina over storage uitbreiden hebben we vijf vragen uitgewerkt waarmee je die analyse kunt maken. Van daaruit kun je veel beter bepalen of je primaire storage moet uitbreiden, data moet archiveren of je storageomgeving anders moet indelen.

Eerst inzicht, daarna extra storage

Bij Tapes.nl beginnen we daarom liever niet met het aantal terabytes dat je wilt kopen. We kijken eerst naar de hoeveelheid data, de workflow, de huidige omgeving en de verwachte groei. Vanuit die informatie kunnen we bepalen welke combinatie van storage logisch is.

Soms betekent dat meer primaire storage. Soms data archiveren. En regelmatig is een combinatie de beste oplossing.

Wil je weten hoe jouw huidige omgeving ervoor staat? Met de Data Advies Scan brengen we je data, workflow en groeiverwachting in kaart en kijken we welke storage daar het beste bij past.

Contact